Inloggen
';
";
TrainersMagazine
De Oefenstof Database
U bent niet ingelogd. Inloggen
Abonneer
Rugdekking (2): Het afdekken van passlijn door de tweede speler
| Bedankt voor uw mening!
Dinsdag 24 Juli 2018

In het vorige artikel over het geven van rugdekking stond de 1 tegen 1 centraal. Maar zeker in het moderne voetbal gaat het steeds meer om het afdekken van passlijnen. In dit artikel: het afdekken van passlijnen en hoe je rugdekking geeft als tweede speler.

Tekst: Paul van Veen

De kern van rugdekking is dat er één speler druk op de bal geeft en dat de andere speler er achter staat om rugdekking te geven voor het geval dat deze speler uitgespeeld wordt. Zeker in de gevallen dat deze speler ook nog een eigen speler te verdedigen heeft, zal de rugdekking er niet recht achter komen te staan, maar er iets schuin achter staan.

Het schuin er achter staan heeft nog een ander groot voordeel: je kunt immers door schuin achter elkaar te gaan staan, ook nog verschillende passlijnen er uit halen: je geeft dus rugdekking en je haalt een passlijn er uit. Dat is niets meer dan logisch nadenken en één van de basisprincipes van het voetbal.

Een klein beetje basisinzicht in wiskunde leert dat dit zeer efficiënt is. Stel je houdt een afstand van 5 meter aan tussen jou en jouw medespeler. Als je recht naast jouw medespeler gaat staan, dan is de afstand om tussendoor te spelen natuurlijk precies vijf meter. Dat is relatief eenvoudig om tussendoor te spelen.
 

Tekening 1


Ga je in een hoek van 45 graden staan, dan is die afstand nog maar 3,5 meter. Daarnaast heb je ook nog eens meer tijd om de bal te onderscheppen omdat je verder naar achteren staat, zie het verschil in onderstaande tekening:

 
Tekening 2


Belangrijk is om te realiseren dat afhankelijk van de positie van de bal en de aanspeelpunten deze afstand steeds veranderd. Als de bal verder naar links gaat, dan wordt de afstand zelfs nog kleiner dan 3,5 meter.


Tekening 3


Als de bal echter verder naar rechts gaat, dan heeft de hoek van 45 graden opeens geen zin meer, omdat de bal er loodrecht door heen geschoten kan worden. Dan is de effectieve afstand weer in de buurt van de vijf meter:
 

Tekening 4


Praten over hoeken en wiskunde zal voor de meeste spelers niet interessant zijn of zal niet bijdragen aan de begripsvorming. Daarom is het belangrijk dat spelers zelf in situaties leren wanneer ballen wel en niet tussendoor gespeeld kunnen worden. Een goede vorm om spelers hiervan bewust te maken is de volgende oefenvorm:



Oefenvorm 4 tegen 2 met aanvallers op de lijnen

In deze vorm spelen we een positiespel 4 tegen 2. De aanvallers moeten op de lijn blijven, de verdedigers in het middenvak. Zij proberen uiteindelijk door middel van een pass van lijn naar lijn te spelen. De twee verdedigers in het midden proberen dat te voorkomen. Vanzelfsprekend moet de bal laag gehouden worden, anders komt de doelstelling er niet uit.


Als aanvaller 1 de bal heeft, dan heeft deze eigenlijk vier mogelijkheden:
- Optie 1: de bal aan de linkerkant langs speler 5 spelen
- Optie 2: de bal tussen speler 5 en 6 spelen
- Optie 3: de bal rechts naast speler 6 spelen
- Optie 4: overspelen
 

Als aanvaller 1 de bal heeft, dan zal verdediger 5 naar de bal toe bewegen om het zo moeilijker te maken om de pass te geven, zie de volgende illustratie.
 

Hoe dichterbij de bal, hoe minder opties er zijn en de bal kan in ieder geval niet naar aanvaller 3 worden gespeeld. De ruimte waarin niet meer gespeeld kan worden, doordat verdediger 5 er voor staat, wordt ook wel cover shadow genoemd.
 

Het is echter heel moeilijk voor verdediger 5 om beide aanvallers af te dekken, maar gelukkig is daar verdediger 6 om bij te helpen. Die moet er in ieder geval voor zorgen dat de bal niet tussendoor kan, maar moet ook niet te veel naar binnen komen, want dan kan de bal naar aanvaller 4 gespeeld worden, al zal deze pass nooit echt eenvoudig worden.

N.B. Het mag logisch zijn dat het geen zin heeft om in de cover shadow te staan, maar misschien moeten sommige spelers daar mee geholpen worden.

Staan de verdedigers goed, dan blijft alleen nog de vierde optie voor de aanvaller over. Dat is de bal overspelen naar aanvaller 2. Op dat moment draaien de rollen zich om: verdediger 6 geeft druk en verdediger 5 verzorgt de rugdekking. Voor beide partijen is het belangrijk om te realiseren dat het moment van de pass van aanvaller 1 naar aanvaller 2 de verdedigers het meest kwetsbaar zijn. Als verdediger 5 naar voren staat en verdediger 6 naar achteren is niet alleen de pass naar speler 4 mogelijk:
 

Maar ook is de diagonale pass immers opeens zeer optimaal, omdat de afstand vanuit die hoek tussen de spelers weer heel groot is. Door de veranderende hoek is de ruimte tussen de twee verdedigers opeens weer vijf meter (zie ook tekening 4).
Dit is een cruciaal moment voor beide teams, waarin ze snel moeten reageren.

  

Om het voor de verdedigers makkelijker te maken is het in deze beginfase aan te raden om de aanvallers de bal verplicht aan te laten nemen, om zo de verdedigers het mogelijk te maken om zich in deze meest kwetsbare situatie te kunnen herstellen. Als de basisprincipes duidelijk zijn, dan kun je deze beperking weg halen.

Een logische vervolgstap is om dit concept te trainen in een 4 tegen 2 vorm, waarbij we twee vakken plaatsen waarin de aanvallers moeten blijven. Het wordt voor de aanvallers makkelijker, omdat ze makkelijker uit de rug van de verdedigers kunnen lopen. We kiezen voor twee vaste vakken, omdat je niet wilt dat spelers gaan overlappen, omdat dan de doelstelling van de training weg valt. Eventueel kun je deze beperking in de laatste fase weg halen, waardoor spelers in een vrije structuur nog steeds de momenten van de rugdekking moeten herkennen.
 

4 tegen 2 in drie vakken: makkelijker voor de aanvallers


Als je het juist voor de aanvallers makkelijker wilt maken, kun je er voor kiezen om met drie vakken te werken. De verdedigers moeten dan in het middenvak positie kiezen en mogen geen aanval op de bal doen.

Een volgende stap is om er 6 tegen 3 of zelfs 8 tegen 4 van te maken, in dezelfde organisatie. Hierdoor moeten spelers zelf kiezen wie er uitstapt en wie er rugdekking geeft, daar waar het bij tweetallen heel eenvoudig is voor spelers. Bij een volgende stap zou je bijvoorbeeld kunnen kiezen voor het positiespel 8 tegen 4 in de vrije ruimte. Hierdoor zullen spelers dezelfde principes moeten toepassen, maar zullen de situaties en de richtingen steeds veranderen.

Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op De Oefenstof Database. Je hebt al toegang tot alle artikelen, 2000+ oefenvormen en honderden trainingen voor 27 euro per jaar.

Abonneren voor €27


Toegang tot De Oefenstof Database is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine