Oefenstof Special: Verbeteren van het kijkgedrag van spelers
Inloggen
Loading, Please wait...
TrainersMagazine
De Oefenstof Database
U bent niet ingelogd. Inloggen
Abonneer
Oefenstof Special: Verbeteren van het kijkgedrag van spelers
| Bedankt voor uw mening!
Dinsdag 7 Maart 2017
Dit artikel is ook verschenen in Voetbal Oefenstof Magazine 7

Trainer: Lourens Smids (Excelsior '31 JO13-1, 3e divisie)
Onderwerp: Verbeteren van het kijkgedrag van spelers
Tekst: Tom Druppers | Beeld: Jan Sanderman

Eén van de lastige zaken binnen het opbouwen is het aanspelen van een van de middenvelders. Wanneer een middenvelder wordt aangespeeld, heeft hij vaak te maken met een tegenstander in zijn rug. De ontvangende speler is dan bezig met zijn directe tegenstander, de bal én zijn medespelers. “Als team liepen wij vaak tegen het probleem aan dat de speler pas gaat kijken en nadenken wanneer hij de bal ontvangen heeft. Hierdoor had de tegenstander meer tijd om druk te zetten en kwamen wij als ploeg vaak in de problemen, omdat we daardoor vaak balverlies leden op een gevaarlijke plek op het veld.”

“Het ‘scannen’ van de omgeving rondom de bal is volgens mij erg belangrijk. Wanneer een speler zich bewust is van de ruimte om hem heen, kost het verwerken van de bal minder tijd. Als de tegenstander links in je rug aanloopt, is rechts de ruimte en als een speler dat van tevoren al gezien heeft is het weg- en opendraaien een stuk makkelijker."

“Dit aspect, het scannen van je omgeving, hebben we geïntegreerd in de oefenvormen die we binnen dit thema aanbieden. Vaak doen we dit eerst droog en bouwen we het gedurende de training steeds verder uit naar oefenvormen met grotere aantallen.” Smids probeert ook de hersenen te trainen, door veel te werken met verschillende kleuren. “Vlak voordat een speler de bal aanneemt roep ik dan de kleur van een doeltje. De speler moet dan binnen één of twee balcontacten opendraaien en scoren. De reactiesnelheid wordt hier in het onderbewust getraind.”

De wedstrijdbespreking gebruikt hij om de doelstelling die hij voor ogen heeft beeldend te maken. “Om spelers hierin mee te nemen gebruik ik vaak beelden van profvoetballers die het ‘scannen’ goed onder de knie hebben. Andrea Pirlo en Frank Lampard zijn daar onder andere voorbeelden van. Vervolgens leg ik dan de link met mijn eigen team, door situaties uit onze eigen wedstrijden te laten zien die gefilmd zijn.”


Training 1

VOETBALPROBLEEM: De spelers hebben moeite met het inschatten van de ruimte om hen heen wanneer ze de bal ontvangen. De omgeving wordt onvoldoende gescand, waardoor er vaak balverlies wordt geleden.

DOELSTELLING: Het verbeteren van het kijkgedrag van spelers tijdens het passen, aannemen en verwerken van de bal.

EVALUATIE: De spelers hebben nu meer gevoel voor ruimte tijdens het vragen om de bal, waardoor het aanvalsspel beter verloopt.


1 tegen 1 dribbelparcours



Organisatie:
• Twee verschillende teams maken
• Beide spelers starten een slalom en volgen het dribbelparcours
• De trainer roept vlak voor het bereiken van de laatste pylon een kleur: oranje, geel, of rood. De speler die als eerst zijn bal bij de juiste pylon gelegd heeft verdient een punt voor zijn team
• Doordat de spelers elkaar onderweg tegenkomen, moeten ze over de bal kijken en reageren op de situatie

Coaching:
• Kijk over de bal
• Houd de bal dicht bij je

Variatie:
• Makkelijker maken: afstand tussen de pylonen vergroten, waardoor dribbelen makkelijker wordt
• Moeilijker maken: afstand tussen de pylonen verkleinen, waardoor dribbelen moeilijker wordt


Scoren op doeltjes met kleuren



Organisatie:
• De bal wordt ingespeeld door de speler bij meest linkerpylon. Vlak voordat de speler de bal aanneemt steekt de trainer een gele of oranje pylon in de lucht. De speler moet dan scoren op het doeltje met dezelfde kleur als de pylon
• Veldafmeting: afstand van speler tot doeltje is 20 meter

Coaching:
• Kijk voordat je de bal aanneemt over de bal, zodat je weet op welke doeltje er gescoord mag worden
• De eerste balaanname moet direct in de juiste richting zijn
• Op de voorvoeten bewegen, zodat het meenemen van de bal makkelijker wordt
• Naar de bal toe bewegen

Variatie:
• Makkelijker maken: afstand van de pass vergroten, pylon eerder de lucht insteken
• Moeilijker maken: afstand van de pass verkleinen, als trainer rondlopen, omdat de speler dan ook jouw positie in de gaten moet houden


Partijvorm met dribbel in kleurenvak



Organisatie
• Er wordt een partijvorm gespeeld met verschillende vakken die allemaal een eigen kleur hebben. De ploeg die balbezit heeft probeert de bal door een dribbel in het genoemde vak te krijgen.
• Het verdedigende team mag niet in het genoemde vak komen. Wanneer ze de bal veroveren kunnen ze in hetzelfde scoren door een dribbel.
• Tijdens de oefenvorm kan de trainer vaak de kleur van het vak veranderen, waardoor het spel steeds een andere richting op wordt gestuurd

Coaching
• In balbezit het speelveld groot maken, om zo de tegenstander uit elkaar te spelen
• Kijk goed waar de ruimte op het veld ligt

Variatie
• Makkelijker maken: speelveld vergroten
• Moeilijker maken: speelveld verkleinen, beperkt aantal balcontacten


Training 2

VOETBALPROBLEEM: De spelers hebben moeite met het inschatten van de ruimte om hen heen wanneer ze de bal ontvangen. De omgeving wordt onvoldoende gescand, waardoor er vaak balverlies wordt geleden.

DOELSTELLING: Het verbeteren van het kijkgedrag van spelers tijdens het passen, aannemen en verwerken van de bal.

EVALUATIE: De spelers hebben nu meer gevoel voor ruimte tijdens het vragen om de bal, waardoor het aanvalsspel beter verloopt.


Dynamische rondo in verschillende vakken



Organisatie
• Er zijn vier verschillende vakken. In twee van de vier vakken wordt een rondo 4 tegen 2 gespeeld, in de overige vakken staan 2 spelers
• Wanneer de bal een x-aantal keer is overgespeeld door het viertal kan er geopend worden op een ander vak. Er blijft dan 1 speler staan, zodat het vak bezet blijft
• Wanneer de bal wordt veroverd door het tweetal, wisselen de spelers van rol

Coaching
• Beweeg mee met de bal, zodat je aanspeelbaar bent voor je ploeggenoten
• Kijk over de bal
• Spelers die in de overige vakken staan houden beide positiespelen goed in de gaten, zodat ze snel kunnen reageren als de bal hun kant op wordt gespeeld
• Probeer snel aan te sluiten wanneer de bal geopend wordt naar een nieuw vak

Variatie
• Makkelijker maken: balafpakker minder, dus een 4 tegen 1 rondo, afmetingen speelvakken groter maken
• Moeilijker maken: beperkt aantal balcontacten voor viertal, afmetingen speelvakken kleiner maken


Scoren op doeltjes met kleuren (uitgebreidere vorm)


Organisatie
• Er staan vier spelers met meerdere ballen. De trainer roept de naam van een speler, die vervolgens de speler in het midden aanspeelt. Vervolgens roept de trainer een kleur van een van de drie doeltjes. De speler in het midden moet dan vervolgens opendraaien en met één balcontact proberen te scoren op het doeltje met de juiste kleur
• De speler in het midden rouleert na een aantal minuten
• Scoren levert 1 punt op, de speler die de meeste punten weet te behalen wint

Coaching:
• Kijk voordat je de bal aanneemt over de bal, zodat je weet op welke doeltje er gescoord mag worden
• De eerste balaanname moet direct in de juiste richting zijn
• Op de voorvoeten bewegen, zodat het meenemen van de bal makkelijker wordt
• Naar de bal toe bewegen

Variatie:
• Makkelijker maken: afstand van de pass vergroten waardoor de speler in het midden meer tijd heeft, een extra balcontact voor de speler in het midden
• Moeilijker maken: afstand van de pass verkleinen waardoor de speler in het midden minder tijd heeft


Dynamische partijvorm



Organisatie
• Er wordt een partijvorm gespeeld waarbij een van beide teams in eerste instantie het grote doel met keeper verdedigt en kan scoren op een de drie kleine doeltjes. De trainer noemt een kleur van een van de drie doeltjes: daar kan op dat moment gescoord worden
• Wanneer er gescoord wordt op een klein doeltje veranderen de rollen. Het team dat gescoord heeft kan dan direct scoren op het grote doel, waardoor het andere team onmiddellijk moet omschakelen.
• Wanneer er gescoord wordt op het grote doel telt dit als punt en wordt er niet gewisseld van rol door beide teams

Coaching
• Nadruk omschakeling: na scoren op een van de kleine doeltjes, kan er direct gescoord worden op het grote doel. Het is daarom van belang dat beide teams beide
omschakelmomenten goed oppakken
• Probeer constant de ruimte op het veld te zoeken; zo speel je de tegenstander uit elkaar en ontstaat er ruimte om te scoren

Variatie
• Makkelijker maken: meerdere scoringsmogelijkheden geven door twee kleuren te noemen
• Moeilijker maken: speelveld kleiner maken, afmeting kleine doeltjes aanpassen door (bijvoorbeeld) pylonen te gebruiken

 

Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op De Oefenstof Database. Je hebt al toegang tot alle artikelen, 2000+ oefenvormen en honderden trainingen voor 27 euro per jaar.

Abonneren voor €27


Toegang tot De Oefenstof Database is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine