12 tips om meer te halen uit jouw pass- en trapvormen
Inloggen
Loading, Please wait...
TrainersMagazine
De Oefenstof Database
U bent niet ingelogd. Inloggen
Abonneer
12 tips om meer te halen uit jouw pass- en trapvormen
| Bedankt voor uw mening!
Woensdag 1 Februari 2017
Elke week worden er op de trainingen honderden pass- en trapvormen gedaan. De Y-vorm is misschien wel de bekendste pass- en trapvorm. In een eerder artikel gingen we in dat er misschien redenen zijn om geen pass- en trapvormen meer te doen, maar we moeten nu ook weer niet doen alsof pass- en trapvormen geheel nutteloos zijn. Verstandig is het sowieso om uw pass- en trapvormen af te wisselen en wellicht uitdagender te maken voor uw spelers. In dit artikel geven we u 12 tips om meer te halen uit jouw pass- en trapvormen.

Tekst: Paul van Veen

Tip 1: Begin met een rollende bal
Misschien de allerbelangrijkste tip is om te beginnen met een rollende bal. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de eerste pass in de Y-vorm (van speler 1 naar speler 2), dan zie je vaak dat we starten met een stilliggende bal die speler 1 naar speler 2 speelt. In de wedstrijd krijg je niet vaak te maken met een stilliggende bal, dus is het verstandig om speler 1 te laten dribbelen en deze rollende bal naar speler 2 te spelen. Op die manier is iedere situatie anders (want de bal wordt pas gespeeld als speler 2 vraagt) en dan kan de bal juist ver van je voet of dicht bij je voet liggen. Net zoals in de wedstrijd waarin jouw medespeler om de bal vraagt.
 



Tip 2: Geef de spelers opties
In plaats van de spelers te laten verplichten om de bal van A naar B naar  D te spelen, kun je ook de vorm uitdagender maken door spelers opties te geven. Als we als voorbeeld weer de Y-vorm nemen, dan kun je bijvoorbeeld de spelers zelf laten beslissen of ze linksom of rechtsom gaan. Je kunt hierbij de kaatser laten beslissen (die kiest gewoon een kant) of degene die de bal inspeelt laten beslissen (door op een bepaald been in te spelen of door verbaal te coachen).  

Je kunt er ook voor kiezen dat speler 2 zelf mag kiezen of er doorgedraaid of gekaatst wordt. Ook hier kun je de verantwoordelijkheid bij één van de spelers neer leggen (of ze het juist zelf laten oplossen)


Tip 3: Haal na verloop van tijd dopjes weg
Door dopjes neer te leggen denken spelers niet meer na over de juiste onderlinge afstanden. Ze lopen naar het volgende dopje toe en wachten daar op hun beurt. En op een goede manier positie kiezen is juist één van de belangrijkste dingen die een speler moet leren. Ook hier is de Y-vorm weer uitermate geschikt. Afhankelijk van het niveau van de spelersgroep kun je ervoor kiezen om eerst wel of meteen zonder dopjes te werken.


Tip 4: Zet dopjes in als externe cue (in plaats van posities waar spelers moeten staan)
Dit is eigenlijk een logisch vervolg op tip 3. In de wedstrijd staan er ook geen dopjes waar je als speler moet gaan staan. In de wedstrijd gaat het er om dat je ten opzichte van de bal, je medespelers en de tegenstander positie moet kiezen. In tip 3 kies je vooral positie ten opzichte van de bal en je medespelers, nu kunnen de dopjes als tegenstander werken.

Door bijvoorbeeld tussen twee dopjes (tegenstanders) heen te spelen werken deze als externe cue. Het werken met externe cues levert een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van spelers, zoals we eerder al schreven in ons Voetbal KennisPlatform. Als met al een goed idee om deze tip op het trainingsveld uit te voeren.


In bovenstaand voorbeeld hebben we de pylonen (externe cue) links en rechts zelfs anders gezet, waardoor spelers zich daarop moeten aanpassen.


Tip 5: Passen en trappen in de vrije ruimte
Je wilt spelers in zo veel mogelijk verschillende situaties brengen. Daarom kun je als variatie ook gebruiken om het passen en trappen in de vrije ruimte te laten plaats vinden. Hierbij kun je gebruik maken van een specifieke opdracht, zoals te zien is in de volgende oefenvorm. Hier is vast gelegd van welke speler naar welke speler je moet passen (en dat je vervolgens moet overlappen), maar er is niet echt meer sprake van posities.

In deze vorm speelt speler 1 naar speler 2, speler 2 naar speler 3 en speler 3 weer naar speler 1. Na elke pass overlapt de speler buitenom. Dus speler 1 loopt om speler 2 heen na de pass, speler 2 loopt om speler 3 heen na de pass, etc.

Ook is het mogelijk om ze echt volledige vrijheid te geven. In onderstaand voorbeeld zijn er gewoon twee ballen voor alle spelers en mogen ze zelf kiezen waar ze naar toe passen. Hierbij kun je eventueel afspreken dat je steeds kort-kort-lang moet spelen of dat er maximaal 1 geraakt mag worden.
 

Tip 6: Laat spelers nadenken door regels in te bouwen
Je kunt ook regels inbouwen. Bij tip 2 hadden we bijvoorbeeld bij de Y-vorm al aangegeven, dat als je op het rechterbeen van speler 2 inspeelt, dat je dan verplicht naar rechts moet.
 
Je kunt ook met drietallen in een ruit gaan staan. Als speler 1 dan speler 2 op zijn rechterbeen inspeelt, dan moet hij aannemen en naar pylon C. Als hij op zijn linkerbeen aanspeelt, dan moet hij de bal terug kaatsen. Speler 3 moet daar weer op anticiperen.


 
Een ander voorbeeld is van het passen in de vrije ruimte. We werken hier met verschillende kleuren waar de ene kleur altijd door moet spelen naar een volgende kleur. Door regelmatig deze volgorde van kleuren aan te passen, moeten spelers zich steeds blijven concentreren. Een laatste voorbeeld door het toevoegen van regels is te zien in onderstaande oefenvorm. In deze oefenvorm moeten spelers na het ontvangen van de pass over hun schouder kijken. Zien ze daar een rood hesje? Dan moeten ze de bal kaatsen. Zien ze daar een geel hesje? Dan moeten ze de bal aannemen en open draaien naar de andere kant.

Dit principe kun je ook toepassen in andere pass- en trapvormen, zoals bijvoorbeeld de Y-vorm. Dan moet bijvoorbeeld speler 2 open draaien of kaatsen (of naar links of naar rechts) naar gelang het hesje dat een trainer in de lucht steekt.

 
Tip 7: Laat spelers niet altijd de bal nalopen
In de wedstrijd wil je lang niet altijd dat spelers achter de bal aanlopen. In veel pass-  en trapvormen neem je de positie over van degene die je zojuist hebt aangespeeld. Door een andere vorm te kiezen, laat je spelers weer nadenken en juist naar de vrije ruimte vrijlopen. In onderstaand voorbeeld, als speler 1 naar speler 2 passt, dan moet diegene juist naar pylon D lopen in plaats van achter de bal aan. Speler 2 speelt dan weer speler 3 en loopt naar pylon A. Je zult zien dat er altijd spelers zijn die toch vanuit hun natuur van de pass- en trapvorm de bal willen nalopen.
 

 

Tip 8: Voeg een verdediger toe
Om wat meer weerstand in te bouwen kun je vaak ook in een pass- en trapvorm een verdediger toevoegen. In de Y-vorm kun je bijvoorbeeld spelers 1 en 2 samen laten spelen tegen een verdediger. Speler 1 mag dan direct passen op speler 3 of 4, mag een 1-2 maken met speler 2 of mag speler 2 aanspelen die dan doordraait en zelf op speler 2 speelt.


Ook kun je speler 3 op de terugweg naar de beginpositie 1 tegen 1 laten spelen tegen een verdediger die op een lijn of in een vak staat.


Een ander voorbeeld is de volgende pass- en trapvorm. Speler 1 mag naar speler 2 of speler 3 passen. De verdediger moet op de lijn blijven. De pass moet dermate goed zijn dat de speler open kan draaien en door kan spelen naar speler 4.


 

Tip 9: Maak er een competitie van
Als een pass- en trapvorm niet loopt, hoor je vaak een trainer zeggen: ‘Concentratie’! Echter, als spelers iets kunnen winnen of verliezen, dan is die concentratie er vaak wel. Daarnaast zorg je op die manier automatisch ook voor een stukje mentale training, omdat ze een eenvoudige handeling onder druk moeten uitvoeren.

In onderstaande oefening spelen twee teams tegen elkaar. Ze mogen de bal in de afgebakende ruimte niet aanraken, moeten direct spelen, de bal moet over de korte zijde gaan en na elke pass naar de overzijde lopen. Een fout betekent opnieuw beginnen. Welk team heeft als eerste 30 passes?

 

Tip 10: Laat spelers samenwerken
In een competitie is het vaak één speler die fout doet en zeker kinderen kunnen dan soms non-verbaal (of soms zelfs verbaal) reageren op de speler die de fout maakt. In plaats van een competitie zijn er ook pass- en trapvormen waarin de spelers juist moeten samenwerken. Lukt het als team om de uitdagende pass- en trapvorm die jij verzonnen hebt uit te voeren. In dit vormen zijn spelers vaak zeer geconcentreerd en willen het heel graag goed doen. Belangrijk is ook duidelijk van tevoren aan te geven dat het een uitdaging voor het team is en dat fouten maken niet erg is.

Een voorbeeld hiervan is een pass- en trapvorm met 4 ballen. De tip is om met 1 of 2 ballen te beginnen en dan uiteindelijk uit te bouwen naar 4 ballen. In onderstaande tekening zie je het voorbeeld met 2 ballen:
Een ander voorbeeld is een oefenvorm die ik bij Willem II zag. In hun visie is het juist belangrijk om oefeningen te doen waarin samen gewerkt moet worden.

 

Tip 11: Eindig de pass- en trapvorm met schieten op doel
Er zijn maar weinig spelers die het doelschieten op de training niet leuk vinden. Als je het passen en trappen eindigt met afronden op doel, dan zal een pass- en trapvorm vaak beter uitgevoerd worden en haal je er dus meer rendement uit. Dit is een voorbeeld hoe je de Y-vorm kunt veranderen in een afrondvorm:
 

Daarnaast is het passen en trappen voor een doelschietoefening ideaal om de tijd dat spelers staan te wachten op hun beurt te verkorten. Je wil namelijk maximaal 2 of 3 spelers die staan te wachten op hun beurt en zeker geen 5 of 6.


Tip 12: Eindig met een uitspeelvorm
Net zoals het eindigen met afronden, kun je bijvoorbeeld ook eindigen met een wedstrijdvorm. In deze vorm, die ik zag bij AZ, wordt er rondom het veld gepasst, waar uiteindelijk 1 tegen 1 gespeeld wordt. De maximale tijd die een speler heeft voor de 1 tegen 1, wordt automatisch beperkt door de volgende bal die onderweg gaat op het moment dat de 1 tegen 1 gestart wordt.



Tenslotte
Binnen deze principes kunt u uw trainingen eindeloos variëren en uiteindelijk nog meer uit de pass- en trapvormen halen. U kunt verschillende tips natuurlijk ook combineren, waardoor je nog meer variaties krijgt. Heeft u nog andere tips? Laat het ons weten, we proberen dit artikel periodiek steeds proberen te verbeteren.

Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op De Oefenstof Database. Je hebt al toegang tot alle artikelen, 2000+ oefenvormen en honderden trainingen voor 27 euro per jaar.

Abonneren voor €27


Toegang tot De Oefenstof Database is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine