Organisatie
- 4 vakken van ongeveer 8 bij 8 meter
- 4 teams van 5 spelers
- Per vak 1 bal
Uitleg
- Ieder team staat in een eigen vak en geeft iedere speler een eigen nummer
- Ze spelen in hun eigen vak de bal samen en dan roept de trainer een nummer (bijvoorbeeld '3')
- Dat nummer sprint naar het volgende vak (met de klok mee), wordt daar verdediger en speelt daar 4 tegen 1 en probeert de bal uit het vak te krijgen
- Als dit de speler lukt, mag deze speler terugsprinten naar het eigen vak om daar zijn teamgenoten te helpen en er 5 tegen 1 van te maken
- Puntentelling: het team dat de bal als laatste nog in bezit heeft, wint het punt
- Daarna nemen alle spelers weer positie in het eigen vak en roept de trainer een nieuw nummer
- Welk team scoort de meeste en welk team scoort de minste punten?
- Variatietip: Verander regelmatig de volgorde naar welk vak spelers gaan (tegen de klok in of diagonaal)
Coaching
- Puntentelling
- Variatie: spelers zelf kiezen in welk vak ze druk zetten (kan dus ook eventueel 4 tegen 2 worden), maar mogen niet terug naar het eigen vak als er ergens geen verdediger staat