Organisatie
- Speelveld van 12 meter breed en 18 meter lang, verdeeld over 3 vakken (smal middenvak van 0,5 meter)
- 3 teams van 4 spelers
- Ballen bij de trainer
Uitleg
- Er wordt gestart in het onderste vak met een positiespel 4 (geel) tegen 2 (blauw). De overige 2 blauwe verdedigers staan in het middenvak. In het andere vak staat het andere team (rood)
- Geel speelt op balbezit en mag na 6 passes de bal verplaatsen naar het andere vak. Blauw probeert dit te voorkomen, zowel in het grote vak (balverovering) als het middenvak (passlijnen afschermen)
- Na 3 passes mag er een derde verdediger van blauw het grote vak in en ontstaat er een 4 tegen 3
- Als het geel lukt om na 6 passes een rode speler in het andere vak aan te spelen, blijft blauw verdediger en wordt daar 4 tegen 2 gespeeld
- Als het geel niet lukt (bijvoorbeeld omdat de bal uit gaat of blauw de bal verovert), dan wordt dat team de nieuwe verdedigers. De trainer speelt dan een nieuwe bal in naar het rode team
Coaching
- Goede passing
- Snelle omschakeling